Jupiter
  • Rotatietijd (= 1 dag): 9,84 uur.
  • Omlooptijd rond de zon (= 1 jaar): 4332,71 dagen (11,86 jaar).
  • Afstand tot de zon: 5,2 AE
  • Aantal manen: 63
Jupiter is de grootste van de acht planeten en heeft meer dan 60 manen, waarvan de vier grootste ongeveer zo groot zijn als de binnenplaneten. Jupiter is zo groot dat hij meer massa bevat dan alle andere planeten samen. De planeet is wel eens als een ‘bruine dwerg’ beschouwd, dwz. een protoster, die niet groot genoeg en heet was om tot een ster uit te groeien (dat wil zeggen voor fusie van waterstof). Uit infraroodfoto's is gebleken dat Jupiter ook nu nog vanuit zijn kern enige warmte uitstraalt.
Jupiter is ook de eerste van de vier ‘gasreuzen’. In vergelijking met de ‘aardse’ of ‘terrestrische’ planeten (de vier binnenste planeten), zijn de buitenste planeten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus vele malen groter. Ze hebben allemaal een kleine kern van steen, omgeven door een laag ijs, en daar rond een mantel van gassen.
Aangezien Jupiter geen vast oppervlak heeft, is de grens met de atmosfeer niet eenvoudig aan te geven. De overgang van gas naar vloeibaar gaat dus heel geleidelijk. Dit is het gevolg van de enorme druk die in de atmosfeer heerst. Als gevolg van de extreme druk worden de gassen dusdanig samengeperst dat ze, op het punt waar ze normaal gasvormig worden, een dichtheid hebben die nog steeds overeenkomt met die van een vloeistof. Rondom de evenaar van Jupiter is tevens een zeer dunne ring ontdekt.
De atmosfeer van Jupiter bestaat hoofdzakelijk uit waterstof en helium. Andere gassen die worden aangetroffen zijn methaan, ammoniak, waterstofsulfide, ethaan en waterdamp. Deze gassen zorgen voor de rode, bruine en witte wolken. De dichtheid en de lage temperatuur zorgen ervoor dat de atmosfeer van Jupiter zich meer als een vloeistof dan als een gas gedraagt.
De vele stormen in de atmosfeer van Jupiter worden veroorzaakt door de hoge temperatuur die de kern van de planeet uitstraalt en de snelle rotatie. Stormen halen er snelheden tot 500 km/uur.

Eén van de meest opvallende eigenaardigheden van Jupiter is de Grote Rode Vlek iets ten zuiden van de evenaar. Deze vlek is een gigantische cycloon die al minstens 300 jaar over de planeet voortraast en een omvang heeft van drie keer de aarde. Sinds de eerste waarnemingen aan het begin van de 18e eeuw is de vlek in omvang afgenomen. Vergeleken met 100 jaar eerder was de vlek in 2000 in grootte gehalveerd. Het is niet bekend waardoor dit precies wordt veroorzaakt en of de vlek ooit volledig zal verdwijnen; wel wordt aangenomen dat de hoge snelheid waarmee Jupiter om zijn as draait en de warmte die de planeet zelf uitstraalt in combinatie met de warmte van de zon maken dat de winden voortdurend worden voortgestuwd waardoor de storm in stand blijft. Eind februari 2006 is een nieuwe rode vlek ontdekt: 'Red Junior'. Deze vlek is ontstaan door versmelting van 3 ovale witte vlekken, die zelf gevormd werden tussen 1998 en 2000.
In vergelijking met andere planeten wordt Jupiter ook zeer vaak getroffen door meteorieten en kometen. In juli 1994 zagen astronomen rechtstreeks hoe resten van een komeet op Jupiter insloegen.