KuipergordelIn 1951 suggereerde de Nederlands-Amerikaans astronoom Gerard Kuiper het idee dat er een grote gordel van ijsblokken zou bestaan, die zich in een baan buiten die van Pluto zou bevinden.




Er zijn 3 soorten van Kuiperobjecten.

  1. De klassiek kuiperobjecten liggen op een baan tussen 42 en 48 AE (net buiten de baan van Pluto) en hebben een geringe helling.
  2. De verspreide kuiperobjecten hebben een afstand tot de zon tussen 35 en 200 AE. Zij bewegen zeer schuin ten opzichte van het eclipticavlak (omloopvlak) van de planeten. Vele kometen zijn uit deze groep afkomstig.
  3. De Plutino’s hebben een baan die gelijkaardig is aan die van Pluto: ze bevinden zich op ongeveer 40 AE van de zon en kruisen de baan van Neptunus bij hun apheliumpassage (het verste punt van de zon in een baan).



Er zijn een honderdtal kuiperobjecten bekend, maar men schat dat er ongeveer 70 000 objecten met een grootte variërend tussen 100 en 1000 km zijn , zo’n 200 miljoen van tussen de 10 en 20 km groot en als men dan ook nog kleinere objecten meetelt komt men aan zo’n 6,7 miljard objecten. De totale massa van de Kuipergordel is ongeveer dezelfde als die van de planeet Mercurius.

Van samenstelling zijn deze objecten ijslichamen. Zij ontstonden door plaatselijke condensatie van gassen die voorbij de reuzenplaneten geraakten. Waarschijnlijk zijn er verschillen in samenstelling van de verschillende kuiperobjecten. Soms wordt zo een ijslichaam weggeslingerd richting zon en wordt dan een komeet.